Met eigen ogen

Lees het krantenbericht hiernaast en bekijk de foto.

Meer dan honderd jaar geleden gebeurde er in Zweden een ernstig treinongeluk. Hoe kon dat gebeuren? Er stonden toch seinen langs het spoor? Hoe kwam het dat de machinist die niet gezien had? De machinist was niet blind. Was er misschien iets anders mis met zijn ogen? Bij machinisten werd niet gekeken of ze wel goed zien. Na dit ongeluk maakte professor Donders in Nederland een ogentest voor machinisten.

Jullie gaan onderzoeken hoe ogen werken en wat er mis kan gaan. Je gebruikt hierbij de instrumenten van professor Donders. Daarna kun je vast ook uitleggen waardoor het ongeluk gebeurde.

 


Wie was de eerste oogarts?

Tot 1858 waren er in Nederland geen oogartsen. Mensen die een bril nodig hadden gingen naar de markt en kochten daar een bril. In 1858 begon professor Donders in Utrecht het eerste oogziekenhuis. Hij had heel veel patiënten. Een andere bekende oogarts van dit ziekenhuis was professor Snellen. Maak hier eerst even kennis met Professor Donders en professor Snellen.

Bekijk de foto’s.

Tip: als je de muis op een foto stilhoudt dan krijg je meer informatie. Als je op de foto klikt, dan wordt de foto groter.

Gezonde ogen

Professor Donders leerde zijn studenten hoe een oog gebouwd is. Hij vond het belangrijk dat ze eerst wisten hoe een gezond oog in elkaar zit. Pas daarna leerden ze wat er mis kan gaan.

Voor je kunt gaan uitzoeken of de machinist wat aan zijn ogen mankeerde, is het ook voor jou belangrijk dat je weet hoe een oog gebouwd is.

De bouw van het oog / buitenkant

Uit de tijd van professor Donders hebben we nog een aantal modellen over de bouw van het oog.

Bekijk het filmpje en de foto’s van het oogmodel.

Filmpje

Houd de muis op verschillende onderdelen stil. Je ziet dan hoe ze heten.

 

 

Oogspieren

Je kunt je oog bewegen met spiertjes. Aan de achterkant van het oogmodel zie je de spieren goed zitten. De spieren zitten aan de ene kant vast aan de oogbol. Aan de andere kant zitten ze in een ring om de oogzenuw.

In het model hieronder zitten touwtjes. Door aan de touwtjes te trekken kun je te weten komen hoe een oog kan bewegen.

De foto links lijkt je aan te kijken. Rechts zie je het model van de achterkant. Daar zie je de touwtjes lopen. Ieder touwtje stelt een oogspier voor.

Proberen!

Probeer je eigen ogen maar eens te bewegen.

Houd je hoofd heel stil.

Kijk recht vooruit.

- Kun je je ogen naar boven en beneden bewegen?

- Kun je je ogen naar links en rechts bewegen?

- kun je je ogen schuin naar boven bewegen?

 

De binnenkant van het oog

Het eerste wat een oogarts moet weten is hoe een oog in elkaar zit en welke namen de onderdelen hebben.

Houd je muis op de verschillende onderdelen stil. Je ziet dan hoe deze heten..

PROEFJE

Je kunt hier een proefje doen waardoor je merkt dat je een blinde vlek hebt.

Klik op het plaatje hieronder voor een vergroting.

Ga recht voor de computer zitten.

Doe een hand voor je linkeroog.

Kijk naar de muis, terwijl je naar het scherm beweegt.

Op een bepaald punt verdwijnt de olifant. Dat is de plek waar het beeld van de olifant op de blinde vlek valt.

Hoe kun je scherp zien?

Alleen als een beeld precies op het netvlies valt, dan zie je een scherp beeld. Om uit te leggen hoe dat werkt gebruikte professor Donders dit model van het oog. Hieronder zie je hoe scherp zien werkt en op welke manier de oogarts bepaalde welke bril iemand nodig had.

Hoe kun je scherp zien?

Bij het houten oogmodel zie je dat je dit naar binnen en naar buiten kunt schuiven. Als je het oog korter maakt, dan is het beeld achter het netvlies scherp. Je hebt dan het positieve brilletje nodig om het licht extra af te buigen.

Als je het oog langer maakt, dan is het beeld voor het netvlies scherp. Je hebt dan het negatieve brilletje nodig.

 

 

Welke bril is er nodig?

Als iemand niet scherp zag dan probeerde professor Donders welke bril iemand nodig had met deze doos met probeerbrillen.

In de tijd van het treinongeluk kwam de dokter met een grote doos met brillenglazen. Je kon de brillen proberen en een voor een op je neus zetten, tot je de goede had gevonden.

Probeerbrillen
Probeerbrillen
Aan het getal kun je de sterkte van het glas aflezen
Aan het getal kun je de sterkte van het glas aflezen

Scherp zien: letterkaarten

Een hulpmiddel om te bepalen welke bril iemand nodig heeft, is de letterkaart. Je hebt ze bij de schoolarts misschien ook wel eens gezien. Professor Snellen bedacht een kaart die alle dokters gingen gebruiken, ook in het buitenland.

Hiernaast zie je de eerste letterkaart. Het was nog een proef. Je kunt zien dat hij met de hand is getekend.

Overleg met een medeleerling om de vragen te beantwoorden.

7 Hoe is de letterkaart opgebouwd?

8 Je kunt de hokjes waaruit de letterkaart is opgebouwd opmeten: zet de muis op een plek en klik. Beweeg dan naar een andere plek en klik weer. Je ziet dan de afstand tussen beide kliks. Meet een figuur op elke rij. Hoe worden de blokjes kleiner?

9 Als iemand de onderste rij letters vanaf 6 m goed kan lezen, heeft hij dan een bril nodig of juist niet?

De letterkaarten waren een groot succes. Ze zijn ook in andere landen gebruikt.

Er is een kaart met alleen maar E’s.

11 Voor welke mensen is deze kaart heel geschikt?


Met twee ogen zien

Professor Donders onderzocht ook of mensen allebei hun ogen even goed gebruikten. Met twee ogen kun je diepte zien. Het valapparaat werd gebruikt om dieptezien te testen.

Kun jij zien of bij het valapparaat hiernaast de hand met het balletje voor de ijzeren pin zit? Op een plaatje kun je dat eigenlijk niet zien. Mensen met twee goede ogen zien het bij het echte apparaat wel

Een klein proefje: Heb je wel eens geprobeerd om met een oog dicht je vingertoppen precies op elkaar te krijgen? Dat is best moeilijk. Probeer het maar eens.

Hieronder zie je nog wat meer plaatjes van het valapparaat.

Stereofoto’s

In de tijd van professor Donders was pas ontdekt hoe je foto’s kunt maken. Al snel kwamen er ook stereofoto’s. Nu zouden we dat 3D-foto’s noemen. Met een stereokijker kon je deze plaatjes bekijken. De mensen vonden het heel bijzonder dat het er door de kijker net echt uitzag.

Hieronder zie je een stereofoto van een huis in de Alpen. De foto’s lijken precies hetzelfde, maar zijn ze dat ook?

 

Stereofoto van een huis in de Alpen
Stereofoto van een huis in de Alpen

 

Ook bij deze spoorbrug zijn twee foto’s tegelijk genomen. Hier zie je duidelijker een verschil tussen de foto’s.

 

Stereofoto spoorbrug
Stereofoto spoorbrug

 

12 Bespreek met een medeleerling waarin de foto’s van elkaar verschillen


Een lui oog

Professor Donders gebruikte de stereokijker ook om te onderzoeken of iemand een lui oog had. Hij gebruikte dan een stereoscoop met verschillende plaatjes. Een lui oog kwam vooral bij kinderen vaak voor. Hij gebruikte plaatjes om kinderen hierop te testen. Hiernaast zie je twee voorbeelden van een stereoscoop.

Dit plaatje werd in de stereoscoop gezet. Een kind keek dan met een oog langs de ene kant en met het andere oog langs de rechterkant.

Wat zag iemand met twee goede ogen?

Hieronder zie je een testkaart voor in een stereoscoop.

Testkaart voor in een stereoscoop
Testkaart voor in een stereoscoop

 

 

muizenkeuze

 

Een voorbeeld uit een andere serie kaarten zie je hieronder.

Testkaart voor in een stereoscoop
Testkaart voor in een stereoscoop

 

 

haasjekeuze.jpg

 

 

Stereoscopen

De stereoscoop werd op verschillende manieren gebruikt: om te kijken of iemand een lui oog had, voor het plezier om diepte te zien in foto’s, maar ook voor artsen om in 3D te laten zien hoe bepaalde oogziektes er uit zagen.

Hieronder zie je een voorbeeld van een plaatje uit een serie stereoplaten voor oogartsen.

Stereofoto van een oog met een ijzersplinter
Stereofoto van een oog met een ijzersplinter

 

Je ziet hier een oog met een ijzersplinter. In 3D is de splinter duidelijk te zien. Splinters in het oog kwamen vaak voor. Er werkten veel mensen in de metaal en ze droegen nog geen beschermingsbrillen.

Je hebt nu gezien dat stereoscopen verschillend werden gebruikt.

Kleuren zien

De meeste mensen zien alle kleuren van de regenboog, maar er zijn ook mensen die kleurenblind zijn. Wat zien die mensen? Kan het zijn dat de machinist kleurenblind was? Om dat uit te zoeken moeten we eerst weten hoe kleuren mengen.

Kleuren kun je op twee verschillende manieren mengen. Je hebt zelf vast wel verschillende kleuren verf gemengd. Maar heb je ook wel eens verschillende kleuren licht gemengd?

Lichtkleuren mengen

Professor Donders onderzocht met kleurenmolens en kleurentollen hoe lichtkleuren mengen en wat mensen dan zien. Bij een tol of molen had hij heel veel verschillende kleurschijven. Voor zijn onderzoek deed hij elke keer een andere schijf op de tol of op de molen.

Hieronder zie je drie kleurschijven. Als je op een kleurschijf klikt, dan lijkt het of hij ronddraait.

Tip. Je kunt zelf ook een tolletje maken en kleurschijven. Die kun je op dezelfde manier onderzoeken als professor Donders.

Ziet iedereen kleuren hetzelfde?

Uit het onderzoek met de molens kwam dat er mensen zijn die kleuren anders zien dan de meeste mensen. Die mensen noemen we kleurenblind. Om te onderzoeken of iemand kleurenblind is, gebruikte professor Donders deze doos met staafjes wol. Bekijk de doos maar eens goed met het vergrootglas.

Overleg met een medeleerling.

19 Waarom zitten er steeds twee kleuren wol op een staafje?

Hiernaast zie je twee vlinders getekend. De ene vlinder heeft de kleuren zoals niet kleurenblinden die zien. De andere vlinder heeft de kleuren zoals een kleurenblinde die ziet. Hieronder zie je een paar wolstaafjes uit de doos.

een paar wolstaafjes uit de doos
een paar wolstaafjes uit de doos

 

 

Welk instrument is het handigste?

In de tijd van professor Donders waren onderzoekers en artsen nog druk bezig om er achter te komen hoe mensen kleuren zien. Ze onderzochten of iedereen kleuren hetzelfde zag. En welke verschillen er tussen mensen waren. Toen ze er achter waren dat er kleurenblinden waren wilden oogartsen dit ook kunnen testen. Daarom zijn er verschillende instrumenten ontwikkeld: sommige voor onderzoek, andere om mensen te testen.

Bekijk de voorwerpen op de lichtbak.

Lees de informatie.

Waardoor kon het ongeluk gebeuren?

Kan het treinongeluk gekomen zijn doordat de machinist het sein niet zag?

De seinen staan langs de spoorbaan. De machinist moet van een afstand kunnen zien of het sein op veilig staat. Bij seinen werden vaak rode en groene lampen gebruikt.

Je hebt nu van alles ontdekt over de manier waarop we zien. Overleg met andere kinderen uit je klas:

23 Wat denk je? Kan het treinongeluk gebeurt zijn doordat de machnist:

- niet scherp zag?

- maar met een oog kon zien?

- kleurenblind was?

Leg uit waarom je dat denkt.

Het is ook belangrijk dat in de toekomst zulke ongelukken niet meer kunnen gebeuren. Bedenk manieren om zulke treinongelukken te voorkomen.

Voor oogarts leren

Hoe leerden ze voor oogarts? Professor Donders en later professor Snellen lieten instrumenten maken om hun studenten te leren hoe een gezond oog, maar ook hoe een ziek oog er uit ziet.

Bekijk de fantoomkop.

25 Waarom oefenden studenten een oogoperatie op deze kop en niet op een mens?

Professor Donders kreeg de oogspiegel opgestuurd door de bedenker er van, professor Helmholz. Hij was meteen enthousiast. Het eerste wat hij deed was een betere oogspiegel bedenken.

Bekijk het filmpje.

Oogspiegel

26 Gebruiken oog artsen nog steeds een oogspiegel?

27 Wat vind een oogarts van nu van de eerste oogspiegel?

Voor de leerling

Het is fijn als je met iemand samen kunt werken. De meeste opdrachten kun je helemaal op de computer doen. Soms is het handig om een pen en papier bij de hand te hebben om even een antwoord op te schrijven.

Je kunt deze les op twee manieren doen:

- je doet het als een project om over zien te leren. Je doet alle onderwerpen en je gebruikt het bijvoorbeeld voor een spreekbeurt of een werkstuk. Alle plaatjes kun je ook downloaden en voor je werkstuk gebruiken.

- je kunt ook een onderwerp doen, terwijl andere kinderen uit jouw klas een ander onderwerp nemen. Ieder groepje kinderen is dan ‘kenner’van een onderwerp. Je kunt dan aan de andere kinderen vertellen wat jij weet.

Met je ogen kun je zien. Dat lijkt eenvoudig, maar wat is zien nu eigenlijk? In deze les kijk je naar drie kanten van zien:

1. Zie je alles scherp?

2. Zie je alle kleuren?

3. Zie je diepte?

Ze zijn alle drie belangrijk om goed te kunnen zien. Als je eigen ogen niet helemaal goed werken dan kan de oogarts daar vaak wat aan doen. Ook daarover gaat het in deze les. Pas honderdvijftig jaar geleden kwam er in Nederland het eerste ziekenhuis voor oogpatienten. De dokters van dat ziekenhuis bedachten zelf instrumenten om ogen te onderzoeken en beter te maken. Je maakt met hen kennis en ziet hoe slim ze soms problemen oplosten.

Je leert:

- hoe je oog in elkaar zit.

- hoe je scherp ziet en welke bril je moet hebben als dat niet zo is.

- hoe je kleuren ziet en wat het betekent als je kleurenblind bent.

- wat je ziet doordat je twee ogen hebt en wat het betekent als je maar met een oog goed ziet.

- welke instrumenten zijn uitgevonden om ogen te onderzoeken en wat dat betekende voor oogpatienten.

- hoe mensen vroeger voor oogarts leerde.

- waarom het belangrijk is om een oogtest te doen.

- hoe belangrijk het eerste oogziekenhuis in Nederland voor de patiënten was.

Voor de docent

Beeld: foto treinongeluk in Zweden. Sveriges Jarnvagsmuseum

Zweden1875

Op de spoorlijn bij Lagerlunda is een ernstig ongeluk gebeurd. Twee treinen zijn op elkaar gebotst. Allebei de machinisten zeggen dat hun sein op veilig stond. De politie onderzoekt dit ongeluk. Heeft een van de machinisten schuld of was er een technische storing?

oogmodel van papiermaché
Model van de achterkant van het oog. Je ziet hier hoe de oogspieren lopen.
Model van een oog
Probreerbrillen
Valapparaat. Dit werd gebruikt om te testen of iemand diepte kon zien.
Stereoscoop
Stereoscoop
Scheelkijker
Kleurentol
Kleurentol
Kleurige vlinder
Een kleurenblinde ziet dezelfde vlinder zo
Oogspiegel. Instrument waarmee de oogarts in een oog kan kijken
Fantoomoog met losse netvliezen. Een student kan hiermee oefenen in het herkennen van afwijkingen aan het netvlies.
Nagemaakte netvliezen met verschillende afwijkingen
Fantoomkop, model van het hoofd. Om te oefenen in in opereren kan er een varkensoog in gezet worden.