Graven in je achtertuin

Foto Maartje Kijne
Wat zit er onder jouw tuin?
De bodem is het deel van de grond dat onder invloed van geologische krachten zó is gevormd dat er leven in mogelijk is. In deze maximaal anderhalve meter dikke laag bevinden zich o.a. plantenwortels, schimmels, bacteriën en regenwormen. Een vruchtbare bodem is van onschatbare waarde voor het planten en dierenleven boven de grond.
In Nederland zijn verschillende soorten bodems. Je gaat in deze les de bodem in je directe omgeving onderzoeken. Welke grondsoort zit er in de bodem en wat zijn de eigenschappen hiervan? Welke dieren leven er? Wat zit er in de aardlagen als je nog veel dieper zou graven? Je leert ook welk landschap vaak samengaat met dit soort bodem.
Voor het onderzoek moet je een diep gat graven. Kies een geschikte plek zonder planten in de tuin of, als je geen tuin hebt, bij school of bij iemand anders in de tuin. Wel toestemming vragen!
Medewerkers van museum Naturalis spitten ook regelmatig in het zand. Rechts staan foto's van de laatste expeditie naar Mauritius, waar o.a. dodobotten werden gevonden. Voor fossielen van mammoetbotten, haaientanden, kaken van apen en hyena's hoef je niet ver te reizen. Die vind je ook in de Nederland. Kom er meer over te weten op de website Geologie van Nederland. Graaf nu eerst in je geheugen om de onderstaande vragen te beantwoorden en dan aan de slag!
Vragen over de bodem
Onderzoek bodem
Wat ga je doen?
- Graaf tot je geen veranderingen meer in de grond ziet. Bodems zijn zelden meer dan een meter diep, dus je hoeft niet àl te diep te graven. Als je een grondboor gebruikt, pas dan op dat de lagen niet verstoord worden als je hem omhoog trekt.
- Leg het opgeschepte of opgeboorde materiaal naast elkaar op de grond.
- Maak hier een overzichtsfoto van.
Welke bodem?
- Ga naar de website Geologie van Nederland en dan naar Bodems. Vergelijk je foto met de foto's van de bodems die je daar kunt vinden.
- Maak een tekening van je bodem.
- Benoem de verschillende lagen (A,B,C). De drie horizonten staan beschreven in Bodemvorming uitgediept.
- Beschrijf ze en geef de goede naam aan de bodem.
Onderzoek naar samenstelling en inhoud
Als de grond voor het merendeel uit organisch materiaal bestaat spreken we van een veengrond. Deze is herkenbaar aan de donkerbruine kleur. Een zacht aanvoelende bodem met gele, oranje kleur duidt op löss. Dit is erg kleverig als het vochtig is. Zand, leem of klei zijn lastiger te determineren met het blote oog. Gebruik hiervoor de tabel. Maak wat grond vochtig met water. Probeer er dan opeenvolgend een bergje, dropje, rolletje etc. van te maken. Het laatst mogelijke is je grondsoort.
- Bekijk de A-laag en onderzoek de samenstelling en inhoud. Let daarbij op kleur, vochtgehalte, voorkomende organismen (schimmels, regenwormen, insecten in verschillende ontwikkelingsstadia). Bij bronnen staan links naar determinatiesleutels van insecten.
- Bepaal zo mogelijk de pH van de bodemlaag.
- Bekijk de B-laag en onderzoek of er ijzer is ingespoeld. Dit geeft vaak een rood-bruine of grijze kleur.
- Onderzoek de C-laag en stel vast tot welk gesteente de laag behoort. Ook zand en klei zijn gesteenten!
Ondergrond en landschap
Boren naar aardlagen
Hoe het er in jouw buurt uitziet in diepere lagen kun je bekijken op het boorprofiel. Dit vind je in het onderdeel Ondergrond van de website Geologie van Nederland. Het boorprofiel laat de lagen vanaf het Mioceen (5,3 miljoen jaar geleden). Jongere lagen zie je er niet op. Zoek de plaats van je achtertuin op de kaart. Dat kan natuurlijk niet heel precies.
- Uit welk tijdperk is het gesteente op 300 meter diepte?
- Ga na welke bodem zich daar ontwikkeld kan hebben aan de hand van gegevens over het klimaat, leven en afzettingen. Kijk bij Tijd op de website Geologie van Nederland.
- Doe hetzelfde voor het gesteente op 2000 meter diepte.
Welk landschap?
De bodem in je buurt houdt verband met het landschap waarin je woont. In de website Geologie van Nederland staan de landschappen bij de bodems aangegeven.
- Welk landschap past bij jouw streek? In een bebouwde omgeving moet je verder kijken om het landschapstype te kunnen bepalen.
- Ga na welke geologische krachten dit landschap hebben gevormd en in hoeverre de mens hierin verandering heeft gebracht.
Zuid-Limburgs heuvellandschap. Foto Hansjorg Ahrens
Presentatie
Graven in je achtertuin levert als resultaat een bodemprofiel op met bijzonderheden over het leven in deze grondlagen. Je kunt het op verschillende manieren presenteren, zoals:
Powerpoint
Met een powerpoint presentatie, waarin je uitgaat van het totale bodemprofiel en inzoomt op de bijzonderheden ervan: de verschillende lagen en daarin de organismen die erin voorkomen. Geef daarna het boorprofiel en vertel er de bijzonderheden van de lagen op 300 en 2000 meter diepte bij. Geef ook een indruk van het landschap.
Poster
Met een poster waarop je aan het bodemprofiel en aan het boorprofiel de gegevens over de verschillende lagen in je achtertuin koppelt. Maak een landschapsfoto die je bijvoorbeeld als achtergrond kunt gebruiken.
Artikel
Maak een uitgave van een natuurtijdschrift, waarin je een artikel over je activiteiten en de resultaten ervan schrijft, afgewisseld met foto's van bodemlagen, bodemfauna, het landschap en de geologische opbouw van de ondergrond.
Verder lezen over het onderwerp
Raadpleeg de bronnen voor extra informatie over bodemvorming. Voor wie geïnteresseerd is het ontstaan van een nieuwe bodem, is er een hoofdstuk toegevoegd over Surtsey Eiland. Dit jonge eiland vlakbij Ijsland, is zeer in trek bij onderzoekers van bodemprocessen.
Veel succes!
Vulkaaneiland Surtsey
Nieuw eiland in zee
Surtsey is één van de jongste eilanden ter wereld. Het is ontstaan door vulkaanuitbarstingen die plaatsvonden tussen 1963 en 1967. Dit eiland voor de Zuidkust van IJsland is een natuurreservaat. Slechts enkele biologen en geologen per jaar mogen het eiland bezoeken. Vandaar dat de ontwikkeling van het eiland vrijwel niet verstoord wordt door menselijke activiteit. Het is de ideale plek om het proces van bodemvorming van begin af aan te bestuderen.
Surtsey eiland, Foto Bruce mc Adam / Flickr
Jonge bodem, frisse bewoners
Kort nadat Surtsey boven zeeniveau kwam, spoelden algen en organisch materiaal aan die voedsel verschaften voor micro-organismen zoals bacteriën en schimmels. Intussen brachten de wind en zeestromingen ook de eerste zaden op de kust. Kustplanten zoals helm en strandhaver (leymus arenarius) breidden zich uit.
In 1966 werden de eerste sneeuwgorzen, insectenetende landvogels, gesignaleerd. Vanaf 1970 kwamen stormvogels en zeekoeten broeden op de kliffen van Surtsey. Vier jaar later broedden de eerste zeemeeuwen op het zand en de as van het eiland. Ze brachten zaden van nieuwe soorten planten mee en maakten de bodem vruchtbaar met hun uitwerpselen.
Sneeuwgorsen in winterkleed (Plectrophenax nivalis), Foto Sander Pieterse
Er zijn intussen 335 soorten ongewervelde dieren op het eiland zoals vliegen, vlinders, spinnen en weekdieren en 96 plantensoorten.
Van de inmiddels 12 soorten broedvogels op Surtsey worden er 1200 broedende vogels geteld. Ook trekvogels stoppen er dikwijls. Het grasland gaat steeds meer lijken op dat van de andere eilanden. De papegaaiduiker maakt er graag zijn nest en zal waarschijnlijk de meest voorkomende vogelsoort op Surtsey worden.
Zeehonden komen voor langs de kust, maar tot nu toe zijn er geen andere gewervelde dieren gevonden.
Papegaaiduikers bij zelfgegraven nestholen, Foto Ourmanwhere / Flickr
Bronnen
Bodem en geologie
Determinatie bodemdiertjes
Surtsey eiland
Boeken en tijdschriften
- De Nederlandse bodem in kleur. H. de Bakker en A.W. Edelman. Vlam (stichting voor Bodemkartering, 1976)
- De Nederlandse bodem in kleur (Bodemwinkel €5)
- "Waar ons voedsel groeit" . National Geografic, sept. 2008.
Docentenhandleiding
Doelgroep: Bovenbouw HAVO, VWO
Leerstofgebied: Aardrijkskunde
Werkvorm: Opdrachten voor 1-3 leerlingen. Veldwerk. Gebruik van digitale informatie.
Duur: 2-3 lesuren.
Doel van de opdracht
Leren onderscheiden van de verschillende bodems en het verband tussen bodem en landschap.
Vereiste voorkennis
Eventueel: werken met een grondboor, bepalen van de pH
Materiaal
Schop, fototoestel, PC + internet, eventueel grondboor, pH papier
Aansluiting op het curriculum
In deze les komen taal-, informatie- en onderzoeksvaardigheden aan de orde (Domein A, Vaardigheden). Naast deze algemene vaardigheden worden natuurlijke verschijnselen aan het aardoppervlak onderzocht aan de hand van de bodem ter plaatse. De samenhang met het landschap en zijn fysisch-geografische kenmerken worden geanalyseerd (Aardrijkskunde, Domein C).
Download hier een uitgebreidere docentenhandleiding
In de uitgebreidere docentenhandleiding vindt u suggesties voor de beoordeling en de begeleiding van deze les.
docentenhandleiding graven in je achtertuin.pdf