Nooit meer uitsterven
Volgens schattingen verloopt het uitsterven van soorten de laatste eeuw duizend maal sneller dan je zou verwachten op basis van het verleden. De mens is hiervan de oorzaak. Door versnippering, vervuiling en ontbossing wordt de leefomgeving van veel soorten verstoord. Daarnaast zorgen veranderingen in het klimaat ervoor dat veel soorten niet meer kunnen overleven in hun huidige habitat. Wetenschappers die de Rode Lijst van bedreigde diersoorten samenstellen denken dat momenteel één op de vijf zoogdieren dreigt uit te sterven.
Wereldwijd nemen onderzoekers en organisaties initiatieven om het uitsterven van soorten tegen te gaan. Sommige wetenschappers gaan daarin heel ver. Ze proberen uitgestorven of bedreigde soorten te klonen. Als dat lukt hoeft straks geen enkele soort meer uit te sterven. Dan lopen er weer mammoeten en buidelwolven rond of misschien wel neandertalers.
Maar waar moeten die mammoeten leven? Hoe ver moet je terug gaan in de tijd? Kunnen dinosauriërs worden gekloond of moeten we alleen maar soorten tot leven wekken die door toedoen van de mens zijn uitgestorven?
Welk dier zou jij wel weer willen zien rondlopen, fladderen of vliegen?
Met deze en andere vragen ga je in deze les aan de slag. De Samenwerkende Natuurorganisaties Nederland (SNN) vragen jou namelijk om advies te geven. De SNN is een organisatie die zich zorgen maakt over het uitsterven van soorten. Ze stellen geld beschikbaar om projecten te subsidiëren die hier iets aan proberen te doen. Een groep wetenschappers heeft bij ze aangeklopt. Ze willen geld hebben om een uitgestorven diersoort te klonen. Maar de SNN wil eerst advies inwinnen of dit wel een goed idee is…
Hoe je precies aan het werk gaat lees je in stap 2,3 en 4. Maar test eerst je kennis van klonen in: Klonen, wat is dat?
Stap 1: Klonen, wat is dat?
Schaap Dolly, misschien ken je haar nog wel. In 1996 werd ze geboren uit twee moeders: een draagmoeder en een genetische moeder. Ze was een kloon en had dus precies dezelfde genen als haar moeder. Dolly is met hulp van mensen ontstaan, maar klonen komen ook in de natuur voor.
Klonen in de natuur
Een kloon is een organisme dat genetisch identiek is aan het organisme waar het uit voort komt. In de natuur ontstaan klonen door ongeslachtelijke voortplanting. Bacteriën splitsten zich gewoon in tweeën. De nieuwe bacteriën zijn dus exacte kopieën van de eerste bacterie. Niet alleen eencelligen kunnen zich zo voortplanten. Ook stekjes van planten zijn klonen. En eeneiige meerlingen zijn natuurlijk ook klonen. Hier kun je meer lezen over klonen.
Onnatuurlijke klonen
Complexe dieren, zoals zoogdieren kunnen zich normaal gesproken niet ongeslachtelijk voortplanten. Maar met hulp van de mens, zoals bij Dolly, kan dat nu wel. Klonen is het kopiëren van genetisch materiaal. Dit kan op veel verschillende manieren. Je kunt stukjes DNA klonen, cellen of hele organismen.
Celkerntransplantatie
In deze les hebben we het over het klonen van hele organismen. Dit gebeurt met een techniek die celkerntransplantatie heet. Uit een gewone lichaamscel van een volwassen organisme wordt de kern - met alle chromosomen - gehaald. Deze kern wordt geplaatst in een eicel, waar de eigen kern uit is weggehaald. Kijk op deze site hoe celkerntransplantatie precies in zijn werk gaat (klik op ‘klonen dieren’).
Voordat je deze les gaat maken is het de bedoeling dat je al iets hebt geleerd over klonen, van je docent of uit een boek. In de woordenlijst in de rechterkolom kun je termen opzoeken. Maak de vragen hieronder en test je kennis.
Stap 2: Kloonprojecten
Bij de volgende opdrachten werk je samen in groepjes van drie of vier leerlingen.
Opdracht 1
Al een aantal wetenschappers heeft geprobeerd om uitgestorven of bedreigde diersoorten te klonen. Met wisselend succes. Om te weten te komen wat er allemaal mogelijk is breng je één van de onderstaande kloonprojecten in kaart. Zorg dat iedereen in jouw groepje een ander project beschrijft. Beschrijf zowel bedreigde als recent en lang uitgestorven diersoorten.
Kies uit onderstaande kloonprojecten. Klik op de foto voor een korte omschrijving. In het tabblad bronnen staan websites waar je informatie over jouw project kunt vinden.
Download het opdrachtenblad hieronder om de vragen te beantwoorden.
opdracht 1
Opdracht 2
Bespreek de kloonprojecten met je groepje en maak samen onderstaande vragen op het stencil.
opdracht 2
Stap 3: Argumenten op 'n rij
Niet iedereen heeft dezelfde mening over klonen om soorten te beschermen. Je rol in de maatschappij bepaalt mede je standpunt. Ieder groepje verdiept zich in één rol. Aan de ene kant staan de wetenschappers. Zij kiezen een soort die ze willen klonen. Om de subsidie van de SNN in de wacht te slepen verdedigen ze hun keuze in het einddebat. Aan de andere kant staan de dierenrechtenactivisten, ecologen en journalisten. Zij besluiten uiteindelijk of de wetenschappers hun subsidie krijgen.
Bespreek met de docent welke rol jouw groep krijgt. Klik op de rol en bekijk jouw standpunt.
Klonen in Naturalis, alvast wat argumenten
Voor wetenschappers die een uitgestorven diersoort willen klonen, kan een museumcollectie uitkomst bieden. Misschien liggen er nog wel huiden of schedels van de soort in het depot. Met een beetje geluk kunnen ze uit dit materiaal nog DNA halen. Ook onderzoekers die niet van plan zijn een dier te klonen willen soms DNA hebben uit collectiestukken. Jeremy Austin, adjunct-directeur van een Australisch onderzoeksinstituut bezocht de collectietoren van Naturalis om DNA te verzamelen van opgezette buidelwolven en Tasmaanse duivels.
Bekijk het filmpje en hoor wat Jeremy vindt van het plan om de buidelwolf te klonen. Misschien kun je de argumenten wel gebruiken voor het debat.
Wil je meer weten over het onderzoek van Jeremy Austin en zijn kijk op klonen dan kun je hier een interview met hem downloaden.
Interview Jeremy Austin
Opdracht 3
Elk groepje heeft een eigen opdracht om zich voor te bereiden op het debat. Bij de keuze voor dieren die gekloond mogen worden kun je de volgende verschillen tussen soorten tegen elkaar afwegen:
- uitgestorven of bedreigd
- recent uitgestorven of lang uitgestorven
- uitgestorven door toedoen van de mens of op natuurlijke wijze
- ... of nog andere afwegingen
In het tabblad bronnen staan websites waar je informatie voor jouw rol kunt vinden.
In het tabblad collectie vindt je de soorten die in aanmerking komen om te klonen.
Hieronder kun je de opdracht downloaden.
opdracht 3
Stap 4: Einddebat
Opdracht 4
Nu je de argumenten voor jouw rol op een rij hebt gezet ben je klaar voor het debat. Uiteindelijk wordt besloten of de wetenschappers de subsidie van de SNN krijgen.
Eerste fase: Beeldvorming
- Tijdens deze fase vertellen alle groepjes hun standpunt. Kies hiervoor één woordvoerder per groepje. De docent is de voorzitter van het debat.
- De wetenschappers presenteren als eerste hun onderzoeksvoorstel(len).
- Daarna geven de andere groepjes om beurten een samenvatting van de voor- en tegenargumenten voor klonen van bedreigde en uitgestorven soorten (die in opdracht 3 is gemaakt). Elk groepje vertelt daarnaast welke dieren volgens hen in aanmerking komen om te worden gekloond.
Maak aantekening van de standpunten en argumenten van de andere groepjes zodat je in de volgende fase vragen kunt stellen of reageren.
Tweede fase: Meningsvorming
- Tijdens deze fase van het debat mogen de groepjes reageren op het onderzoeksplan(nen) van de onderzoekers. De onderzoekers kunnen hun plan(nen) verdedigen.
- De groepjes krijgen even de tijd om te overleggen en vragen op te stellen of een verdediging te bedenken.
- Iedereen mag reageren. De voorzitter geeft aan wie het woord krijgt.
Derde fase: Besluitvorming
- Tijdens deze fase wordt bepaald of de wetenschappers de subsidie van de SNN krijgen. De groepjes (behalve de wetenschappers) reageren op elkaars argumenten en proberen om overeenstemming te bereiking over de subsidie van de SNN.
- De groepjes krijgen weer even de tijd om te overleggen en vragen op te stellen. De wetenschappers wachten in spanning af.
- De voorzitter bepaald wanneer de discussie voorbij is.
- Is er geen overeenstemming bereikt dan wordt de uitkomst van het debat bepaald door te stemmen voor of tegen het geven van de subsidie aan de SNN.
Succes!
Bronnen
Klonen algemeen
Bronnen bij de kloonprojecten
1: De Europese moeflon
2: De buidelwolf
3: Wolharige mammoet
4: De Pyrenese steenbok
Anders dan op de websites staat is als draagmoeder wel één van de andere ondersoorten gebruikt: de zuidoostelijke Spaanse steenbok (Capra pyrenaica hispanica). De duur van de zwangerschap van deze soort lijkt namelijk meer op die van de Pyrenese steenbok.
5: Gaur
Bronnen bij de rollen
Wetenschappers
Dierenrechtenactivisten
Ecologen
Wetenschapsjournalisten
Collectie
Uit de onderstaande soorten kun je kiezen welke soort je wilt klonen / welke dieren in aanmerking komen om gekloond te worden. De collectie van Naturalis bevat in ieder geval materiaal van de uitgestorven soorten. Soms zijn dat alleen botten of fossiele resten, maar soms ook huiden of hele exemplaren.
Docentenhandleiding
Doelgroep: 4-5 Havo
Leerstofgebied: biologie, biotechnologie
Werkvorm: digitaal, groepswerk (max. 4 leerlingen per groep), debat
Duur: 3-5 lesuren (45 minuten). Één lesuur voor stappen 1 en 2 (met huiswerk), één á twee lesuren voor stap 3 (argumenten in kaart brengen) en één lesuur voor het debat.
Doel van de opdracht
Algemeen:
- Leerlingen leren een beargumenteerd standpunt te bepalen over een toepassing van een biologische techniek (klonen
- Leerlingen leren hun standpunt te verwoorden in een debat.
- Leerlingen leren wat reproductief klonen is.
- Leerlingen leren hoe de hoeveelheid genetische variatie in een populatie samenhangt met het risico op uitsterven
Specifiek:
- Leerlingen maken kennis met de mogelijkheden en beperkingen van klonen voor het terugbrengen van uitgestorven dieren en het beschermen van bedreigde dieren.
Materiaal
- PC + internet (bij voorkeur per leerling; minimaal per groepje). Stopwatch voor tijdens het debat.
Suggesties:
- Documenten uit de opdracht uitgeprint voor elke leerling (opdracht 1) en elk groepje (opdracht 2 +3). Eventueel interview met Jeremy Austin als aanvulling.
Aansluiting op het curriculum
Nooit meer uitsterven is een webopdracht die ter vervanging van lesstof en ter verrijking kan worden ingezet. De eindtermen die aansluiten op inhoud van de opdracht, staan beschreven in de bijlage van de uitgebreide docentenhandleiding.
Vereiste voorkennis
Leerlingen moeten kennis hebben van de werking van DNA en basiskennis over klonen. Als inleiding op deze webopdracht kan een les over klonen gegeven worden.
De uitgebreide docentenhandleiding kunt u hieronder downloaden.
Docentenhandleiding