Evolutie van olifantachtigen | |
|
Hoe weten wetenschappers dat het ene dier eerder is ontstaan dan het andere? Waarom is het ene kenmerk primitiever dan het andere? Hoe ontdek je evolutielijnen in een reeks van fossielen? → Ga nu door naar Projectomschrijving. Daar lees je hoe je te werk gaat. ![]() Mammoetfossielen in de collectietoren van Naturalis |
Wat ga je doen? je onderzoekt fossiele en recente kiezen van olifantachtigen uit de collectie van naturalis:
Wat ga je leren?
|
Projectomschrijving | |
|
Waarom fossiele kiezen? Tanden en kiezen geven veel informatie over het leven van de 'eigenaar'. Het gebit is immers aangepast aan het voedsel dat een dier eet. Vaak zie je in de loop van de evolutie dat gebitten van dieren mee veranderen met het milieu waarin ze leven. Deze verandering gaat meestal geleidelijk. Daarom kunnen fossiele gebitsdelen heel geschikt zijn om de afstammingslijn van bepaalde diergroepen te reconstrueren. In de collectie van Naturalis hebben we een aantal fossiele kiezen en afgietsels van kiezen van olifantachtigen. Voor onderzoekers buiten Naturalis hebben we de kiezen gefotografeerd en de foto's online beschikbaar gesteld. In deze webquest ga je deze foto's bestuderen, op zoek naar kenmerken waarmee je de evolutielijn van de olifantachtigen kan reconstrueren. Succes! → Ga nu naar 'stap 1: hypothese opstellen' (menu linker kolom). ![]() Paleontologen aan het werk bij een opgraving | |
Stap 1: hypothese opstellen | |
|
Bekijk de onderstaande foto.
→ De hypothese is nu klaar. Ga verder met stap 2. ![]() Kiezen van 9 verschillende olifantachtigen uit de Naturalis-collectie |
Hulpmiddelen: |
Stap 2: Gegevens verzamelen | |
|
Determineren:
| |
Stap 3: verbanden zoeken | |
|
1. Gegevens onderzoeken: Bekijk de gegevens van je invultabel.
2. Gegevens beoordelen: Vergelijk je hypothetische evolutielijn met de gegevens uit de invultabel en de grafiek.
| |
Achtergrondinformatie | |
|
Link: Stamboom olifantachtigen (Natuurmuseum Rotterdam) Handige linksOp www.natuurinformatie.nl en www.geologievannederland.nl staat veel informatie die je kan gebruiken bij je onderzoek. | |
Vervolg: olifanten uit de klei | |
|
Je hebt nu het eerste deel van je onderzoek afgerond. Je hebt een idee van de stamboom van de olifantachtigen en je hebt gezien hoe het olifantengebit zich in de loop van de evolutie heeft ontwikkeld. Nu is het moment aangebroken om jullie kennis te gaan toepassen.Het toeval wil dat je docent het volgende verzoek heeft gekregen: Geachte docent, Vanwege het zwangerschapsverlof van een van mijn collega's zoek ik op korte termijn enkele enthousiaste studenten, die de afdeling paleontologie van Naturalis kunnen helpen bij het lopende onderzoek naar olifantachtigen in Nederland. Ik heb begrepen dat een aantal studenten zich recentelijk heeft verdiept in het evolutieproces van de olifantachtigen. Als het goed is hebben ze daarbij ook de nodige ervaring opgedaan met het determineren van kiezen. Graag zou ik deze studenten willen uitnodigen om enkele belangrijke kwesties rond twee fossiele kiezen uit het Limburgse Tegelen te willen onderzoeken. Er is enige haast geboden omdat de resultaten van het onderzoek gepresenteerd zullen worden op een symposium over Pleistocene zoogdieren in Nederland. Zoals u kunt zien op de foto's gaat het om kiezen van twee verschillende soorten olifantachtigen. Het onderzoek richt zich op de vraag waarom de ene olifantachtige kort na het begin van het Pleistoceen uit Nederland verdween, terwijl de andere soort hier nog lange tijd voortleefde. Wellicht kunnen uw studenten enige licht werpen op de zaak. Ik hoop van harte op uw medewerking. Hoogachtend, Dr. F. Beentjens → Klik in het linker menu op 'Vervolgonderzoek' en lees hoe jullie de afdeling Paleontologie van Naturalis kunnen helpen bij het oplossen van hun vraag. |
![]() Kies Mammuthus meridionalis, bovenaanzicht ![]() Kies Anancus avernensis, bovenaanzicht |
Projectomschrijving | |
Uit de klei getrokkenIn een kleigroeve bij de Limburgse plaats Tegelen zijn twee fossiele kiezen gevonden van twee verschillende olifantachtigen: een kies van een mastodont (een gomphotherium-achtige) en een kies van een mammoet-achtige. De kiezen bevonden zich in dezelfde bodemlaag, dus het is aannemelijk dat de dieren gelijktijdig in Nederland hebben geleefd. We weten dat het ene type kort na het begin van het Pleistoceen uitstierf, terwijl de andere voortleefde. Waarom? Was de ene soort beter aangepast aan zijn omgeving dan de andere? Is er iets veranderd in de leefomgeving? Pollen en klimaatEr zijn manieren om een idee te krijgen van de leefomgeving en het mogelijke dieet van de olifantachtigen. Het dieet is (min of meer) af te leiden uit de vorm van de kiezen. Het beschikbare voedsel (planten) bepaal je aan de hand van hele kleine plantenresten: stuifmeel. Uit de laag waarin de kiezen zich bevonden, hebben onderzoekers van Naturalis stuifmeel verzameld. Stuifmeelkorrels, of pollen, zijn oersterk en blijven heel lang bewaard. Dankzij pollen in een bodemlaag kunnen we iets zeggen over de plantengroei, het landschap en zelfs over het klimaat in de periode dat de bodemlaag werd gevormd. Meer hierover kun je lezen in het artikel 'stuifmeel onder de loep'. → Ga nu naar 'stap 1' van het vervolgonderzoek (linker menu). |
![]() De zuidelijke mamoet (Mammuthus meridionalis) ![]() De mastodont van auverne (Anancus avernensis) ![]() Stuifmeelkorrels beuk, 400x vergroot (bron: TNO) |
Stap1: gegevens verzamelen | |
|
1. Onderzoek aan de kiezen: Bekijk de foto's van de twee gevonden kiezen. Door op de foto's te klikken, kan je de kiezen opmeten en uitvergroten.
2. Pollen determineren: Je gaat nu het preparaat bekijken met daar in pollenkorrels, die zijn gezeefd uit de bodem van Tegelen rondom de vindplaats van de kiezen. Ter voorbereiding:
Let op: het invulblad is al voor een deel ingevuld door je collega-onderzoeker. Ze heeft al 9 steekproeven geteld. Gebruik het invulblad om ook jouw aantallen te noteren. Het is de bedoeling dat je uiteindelijk de pollen uit jouw steekproef optelt bij de reeds genoteerde aantallen. Zo heb je uiteindelijk voldoende gegevens om een juist beeld te krijgen van de verhoudingen tussen de pollen van de verschillende planten en bomensoorten in het preparaat.
3. Gegevens ordenen:
→ Ga nu naar 'stap 2' van het vervolgonderzoek (linker menu). |
Hulpmiddelen: Determinatie Printversies invulbladen Hulp bij...? |
Stap 2: verbanden zoeken | |
|
1. Gegevens onderzoeken:
2. Gegevens beoordelen:
|
![]() Pollendiagram kleigroeve Maalbeek Hulpmiddelen: Determinatie Printversies invulbladen Hulp bij...? |
Bronnen | |
|
Artikelen en websitesLink: informatie voor kiezendeterminatie Link: informatie over klimaat door de tijd Link: informatie over stuifmeel-analyse (Stuifmeel onder de loep) Achtergrondinformatie
Handige linksOp www.natuurinformatie.nl en www.geologievannederland.nl staat veel informatie die je kan gebruiken bij je onderzoek. |
Hulpmiddelen: |
Docentenhandleiding | |
|
Docentenhandleiding Coldcase Evolutie van olifantachtigen Doelgroep: 4-5 Havo, 4-6 VWO Leerstofgebied: biologie, evolutie Werkvorm: digitaal, groepswerk (max. 3 leerlingen per groep) Duur: 2-5 lesuren (45 minuten). Twee uur voor het eerste gedeelte van de opdracht; twee uur voor de verdieping en een eventueel extra uur voor presentaties. Doel van de opdracht Algemeen
Specifiek
Materiaal:
Suggesties:
Aansluiting op het curriculum (eindtermen Biologie/Aardrijkskunde Havo/VWO) De opdrachten kunnen zowel lesstofvervangend als lesstofverrijkend worden ingezet. Zie bijlagen voor aansluiting met de eindtermen uit het Biologie- en Aardrijkskunde-examen. Vereiste voorkennis Kennis van het gebruik van een determinatietabel (dichotoom). Combinatiemogelijkheden
Een uitgebreidere handleiding is via de onderstaande link te downloaden:
| |