Hoe maak en bewaar je geluid ?
In deze les maak je kennis met manieren om geluid te maken, en met manieren om geluid te bewaren en af te spelen. Geluid wordt vaak gemaakt met instrumenten, en het Museon heeft een hoop leuke en interessante instrumenten in bezit. Kijk en luister maar eens naar deze gekke elektrische viool uit Amerika, die zeventig jaar geleden in de bars en café's stond te spelen en die het nog doet.
Pas ruim honderd jaar geleden kon geluid voor het eerst worden bewaard. Daar zijn sinds die tijd al heel wat apparaten en technieken voor bedacht. Je kent natuurlijk de mp3-speler, maar vroeger had je heel andere apparaten om geluid te bewaren. Kijk maar eens naar het gekke ding hieronder. Wist jij dat zo'n ding een grammofoon is?
Het Museon heeft een hoop van dit soort leuke ouderwetse apparaten om geluid af te spelen. In deze les leer je ze beter kennen, en leer je als een echte conservator hoe oud en bijzonder ze zijn.
Welke instrumenten ken jij?
Om geluid te maken gebruiken mensen vaak instrumenten. Jouw belangrijkste instrument heb je altijd bij je: je eigen stem! Maar misschien speel je ook wel een muziekinstrument. In de plaatjes hieronder zie je een paar voorbeelden. Je herkent ze vast meteen.
Er zijn heel veel manieren om geluid te maken. De belangrijkste zijn: op iets slaan, ergens in blazen of een snaar laten trillen. Voor elk van deze drie manieren zijn een hoop verschillende instrumenten bedacht. Op een drumstel, bijvoorbeeld, moet je slaan. Instrumenten waar je op moet slaan heten slaginstrumenten. Instrumenten waar je in moet blazen heten blaasinstrumenten, en die waarbij snaren trillen heten snaarinstrumenten.
De instrumenten in de plaatjes hieronder komen uit de collectie van het Museon. Je kunt ze bijna allemaal in het echt komen bekijken.
Probeer eens voor elk van die instrumenten te ontdekken of het een slaginstrument, een blaasinstrument of een snaarinstrument is?
Kun jij instrumenten benoemen?
Misschien heb je de instrumenten uit de collectie niet meteen herkend? Dat kan, want veel ervan zijn voor ons in Nederland niet zo bekend.
Probeer ze toch eens als een echte conservator te beschrijven? Doe dat door telkens de beschrijvingen naar de juiste plaatjes te slepen.
Kun jij instrumenten aan hun geluid herkennen?
Ieder instrument maakt zijn eigen geluid. Je kunt instrumenten aan hun geluid herkennen. Luister maar eens naar de volgende geluiden (klik op het wolkje).
Hieronder vind je tien geluiden van instrumenten. Luister eens goed naar elk geluid (klik op het wolkje).
Elk geluid hierboven is van precies één van de volgende instrumenten.
- xylofoon
- saz (snaarinstrument uit Turkije)
- klarinet
- tuba
- viool
- sitar (snaarinstrument uit India)
- stem
- hobo
- conga (hoge trommel uit Cuba)
- piano
Kun jij ontdekken welk geluid bij welk instrument hoort?
Hoe bewaar je geluid?
We gaan hieronder wat dieper in op de vraag hoe geluid bewaard en afgespeeld wordt en werd. Dit doen we aan de hand van apparaten uit de museumcollectie.
Tegenwoordig is het opnemen, opslaan, afspelen en zelfs opsturen van geluid vanzelfsprekend. Maar anderhalve eeuw geleden was dat heel anders. Tot in de negentiende eeuw kon je geluid helemaal niet bewaren. Het was er maar heel even, en dan was het meteen weer weg. Kun jij je dat nu nog voorstellen?
Lees eerst de tekst Het opnemen en weergeven van geluid. Klik op de link hieronder.
Het opnemen en weergeven van geluid
Hieronder zie je een aantal afbeeldingen van apparatuur om geluid op te nemen of af te spelen. Ze komen allemaal uit de collectie van het Museon, behalve de phonautograaf die in Teylers museum Haarlem te bewonderen is. Bekijk ze allemaal goed, want straks moet je ze als een echte conservator naar leeftijd ordenen.
E: elektrische grammofoon
E: opwind-grammofoon voor kinderen
F: phonautograaf (collectie Teylers)
Maak nu de opdracht hieronder.
Ken jij de toonladder?
Je weet vast al dat er lage en hogere tonen zijn. Weet jij ook hoe de toonladder in elkaar zit?
Hieronder vind je de acht tonen van de toonladder do, re, mi. Maar ze staan niet op de goede volgorde. Als jij ze op de goede volgorde zet, vormen de letters een woord. Weet jij welk woord?
Tip: als je het even niet weet, luister dan naar de hele toonladder aan het einde.
Docentenhandleiding
In de tabel hieronder vindt u de antwoorden op de eerste twee opdrachten, namelijk (1) het onderverdelen van de instrumenten in soorten, en (2) het vinden van de omschrijving.
| afbeelding |
slag/blaas/snaar |
omschrijving |
| A |
snaar |
luit van donker hout (Tibet) |
| B |
blaas |
bamboe fluit (Indonesië) |
| C |
slag |
éénvellige trom (India) |
| D |
snaar |
harp (Congo) |
| E |
blaas |
lange koperen trompet (Tibet) |
| F |
slag |
houten trom (Papoea) |
| G |
snaar |
tweesnarig strijkinstrument (Thailand) |
| H |
blaas |
strottehoofd |
| I |
blaas |
fluit uit been (Tibet) |
| J |
slag |
dubbeltrom van zwart hout (Tibet) |
| K |
snaar |
elektrische viool (VS) |
| L |
slag |
xylofoon (Thailand) |
| M |
blaas |
fluit van met edelstenen bewerkt metaal (Tibet) |
In de tabel hieronder vindt u de antwoorden op de derde opdracht over het herkennen van instrumenten aan hun geluid.
De instrumenten in volgorde van de geluiden:
| geluid |
instrument |
| 1 |
conga (hoge trommel uit Cuba) |
| 2 |
sitar (snaarinstrument uit India) |
| 3 |
hobo |
| 4 |
klarinet |
| 5 |
stem |
| 6 |
xylofoon |
| 7 |
saz (snaarinstrument uit Turkije) |
| 8 |
viool |
| 9 |
piano |
| 10 |
tuba |